Cisterciënzers

Robert, gewezen abt van het klooster St.Michel de Tonnerre, stichtte in 1075 de abdij van Molesmes die geleidelijk aan overstapte van de opvattingen van Cluny naar een meer zuiver beleven van de oorspronkelijke regel van Benedictus wat totale armoede, het zich afsluiten van de wereld en strenge boetedoening inhield. Om zijn ideaal volledig te kunnen beleven stichtte hij met enkele anderen in 1098 de abdij van Citeaux.
In 1112 trad Bernardus (1090-1153) toe tot de orde en stichtte drie jaar later Clairvaux . Bernardus van Clairvaux was een man van hetzelfde niveau als Benedictus : mysticus, asceticus, flamboyant redenaar, adviseur van koningen en pausen, organisator van de 2de kruistocht, medestichter van de Tempeliersorde, grondlegger van de Mariaverering, ontembaar leider van zijn orde, verdediger van de traditionele theologische en filosofische opvattingen beheerste hij zijn tijd op velerlei vlakken. Zijn dispuut met en veroordeling van een andere grootmeester van het Europese denken, Abelardus, aanhanger van de dialectische denkmethode, spreekt hierbij boekdelen. Bernardus was voorstander van een extreem ascetische levenswijze en een militant christendom. De eenvoudige architectuur van de cisterciënzerkerken getuigt hiervan.
De orde van de witte monniken (de benedictijnen werden de zwarte monniken genoemd) groeide heel snel : in 1200 bv. omvatte ze meer dan 530 abdijen over gans Europa, in 1300 700 Ook hun rijkdom groeide gestaag. Ze bezaten enorme domeinen, voerden nieuwe landbouwtechnieken in evenals een degelijk management, grondbeheer, watertechnieken enz. De abdij van Villers-la-Ville bv. bezat ca 10.000 ha grond.

Vanaf het midden van de 13de eeuw, mede door de geleidelijke invoer van de geldeconomie (rentes, winstbejag, voeren van handel) en de wereldlijke verplichtingen van hun leiders, verzwakte echter de invloed van deze orde.